Incidenten met datasoevereiniteit: 1 op de 3 organisaties getroffen afgelopen jaar
Dit zou niet mogelijk moeten zijn: 44% van de organisaties noemt zichzelf “zeer goed geïnformeerd” over vereisten rondom datasoevereiniteit, en toch heeft 33% van hen het afgelopen jaar een incident met datasoevereiniteit meegemaakt.
Belangrijkste inzichten
- Bewustzijn van datasoevereiniteit heeft zijn plafond bereikt. Incidenten niet. Ongeveer 44% van de respondenten in elke regio beschrijft zichzelf als “zeer goed geïnformeerd” over vereisten rondom datasoevereiniteit — toch rapporteerde 33% een incident met datasoevereiniteit in de afgelopen twaalf maanden. De kloof tussen het kennen van de regels en het bouwen van systemen die deze afdwingen, is waar incidenten ontstaan.
- Het Midden-Oosten geeft het meest uit en wordt het hardst getroffen. Twee derde van de respondenten uit het Midden-Oosten investeert jaarlijks meer dan $1 miljoen in naleving van datasoevereiniteit, en 93% zegt dat PDPL- en SDAIA-regelgeving direct invloed heeft op hun operaties. Hun incidentpercentage van 44% — bijna het dubbele van Canada’s 23% — laat zien dat nieuwere regelgevingsomgevingen een kloof creëren tussen compliance-bewustzijn en daadwerkelijke handhaving, waarbij organisaties de regels begrijpen maar de handhavingsinfrastructuur nog niet op orde hebben.
- De echte dreiging voor Canada’s datasoevereiniteit komt uit het zuiden. Veertig procent van de Canadese respondenten ziet wijzigingen in de afspraken over data-uitwisseling tussen Canada en de VS als hun grootste regelgevingszorg, en 21% noemt de U.S. CLOUD Act een directe bedreiging voor datasoevereiniteit. Drieëntwintig procent migreert actief weg van cloudproviders met hoofdkantoor in de VS — een structurele reactie op een rechtsbevoegdheidskloof die contracten en garanties van leveranciers niet kunnen dichten.
- Europese regelgevingsvolwassenheid heeft het vertrouwensprobleem met providers niet opgelost. Vierenvijftig procent van de Europese respondenten noemt zorgen over soevereiniteitsgaranties van providers als hun grootste barrière voor cloudadoptie — het hoogste percentage van alle onderzochte regio’s. Ondanks vrijwel universele GDPR-naleving en de hoogste gecombineerde bewustzijnsscores, ervaarde 32% toch een incident met datasoevereiniteit, wat bevestigt dat regelgevingsvolwassenheid het risico vermindert maar niet elimineert wanneer providerarchitecturen het ontsleutelingstraject openlaten.
- AI Governance is de nieuwe scheidslijn tussen voorbereid en kwetsbaar. Sectoren die het meest investeren in AI-audits en datalokalisatie rapporteren incidentpercentages op of onder het gemiddelde van 33%, terwijl 21% van de respondenten hun AI-soevereiniteitsbeleid nog volledig moet ontwikkelen. Nu de EU AI-wet van kracht is en SDAIA actief AI-governance vormgeeft in Saoedi-Arabië, gaat die 21% richting handhaving zonder plan.
Die twee cijfers zouden niet naast elkaar mogen bestaan. Als mensen echt begrijpen wat de regels zijn — waar data moet blijven, wie er toegang heeft, wat er gebeurt als het de grens overgaat — dan zouden incidenten zeldzaam moeten zijn. Uitzonderingen. Randgevallen.
Dat zijn ze niet. Ze komen voor bij één op de drie, in elke regio die we onderzochten, ongeacht hoe volwassen de regelgevingsomgeving is. En dat zegt iets belangrijks over waar datasoevereiniteit in 2026 staat: Het probleem is niet langer onwetendheid. Het is de afstand tussen weten wat de regels vereisen en het bouwen van systemen die ze afdwingen.
We hebben zes maanden lang 286 IT- en securityprofessionals in Canada, het Midden-Oosten en Europa ondervraagd voor het 2026 Data Security and Compliance Risk: Data Sovereignty Report. Hieronder vind je de bevindingen die zouden moeten bepalen hoe jouw organisatie de komende twee jaar over datasoevereiniteit denkt — en een paar die je CISO wakker zouden moeten houden.
Bewustzijn is gelijkgetrokken. De incidentkloof niet.
Begin met het goede nieuws. Bewustzijn van datasoevereiniteit is niet langer een probleem dat sterk verschilt per regio.
Het Midden-Oosten scoorde 45% “zeer goed geïnformeerd”. Canada 44%. Europa 44%. Tel daar de categorie “goed geïnformeerd” bij op, en ongeveer 80% van de respondenten in alle drie de regio’s beschrijft zichzelf als zeker van hun kennis van lokale vereisten rondom datasoevereiniteit. Of je nu werkt onder PIPEDA, PDPL of GDPR, de mensen die verantwoordelijk zijn voor gegevensbescherming weten meestal wat ze moeten doen.
Nu het slechte nieuws. Weten heeft zich niet vertaald in doen — of in elk geval niet in goed genoeg doen.
Canada rapporteert een incidentpercentage van 23%. Europa zit op 32%. Het Midden-Oosten leidt met 44%. Gemiddeld over alle regio’s heeft één op de drie respondenten het afgelopen jaar een incident met datasoevereiniteit meegemaakt. Nog eens 5% wilde geen antwoord geven, wat in onderzoekstaal meestal betekent dat het antwoord niet positief zou zijn geweest.
De incidenttypen zijn niet exotisch. Datalekken met soevereiniteitsimplicaties en derde partij compliance-falen delen de eerste plaats met elk 17%. Regelgevende onderzoeken volgen met 15%. Ongeautoriseerde grensoverschrijdende overdrachten scoren 12%. Overheidsverzoeken tot data-inzage zijn goed voor 10%. Dit zijn geen zeldzame black swan-events. Het zijn de routinematige mislukkingen van systemen die juist deze uitkomsten hadden moeten voorkomen.
De conclusie is ongemakkelijk maar noodzakelijk: bewustzijn is een basisvoorwaarde. Het is geen bescherming. De organisaties die incidenten wisten te voorkomen, zijn niet degenen die de regels het beste begrepen. Het zijn degenen die handhaving in hun architectuur hebben ingebouwd.
Het Midden-Oosten beweegt het snelst en wordt het hardst geraakt
Als je het verschil tussen ambitie en uitvoering wilt begrijpen, kijk dan naar het Midden-Oosten.
Drieënnegentig procent van de respondenten uit het Midden-Oosten zegt dat PDPL- en SDAIA-regelgeving direct invloed heeft op hun operaties — het hoogste cijfer in het onderzoek. Ze geven fors uit: Twee derde investeert jaarlijks meer dan $1 miljoen in naleving van datasoevereiniteit, en 28% zelfs meer dan $5 miljoen. Ze plannen vooruit: 48% wil regionale cloudproviders adopteren, 46% plant compliance-automatisering, en 48% investeert in verbeterde technische controles.
En hun incidentpercentage is 44%. Bijna het dubbele van dat van Canada. Het hoogste van alle onderzochte regio’s.
Waarom? Drie factoren komen samen. De PDPL- en SDAIA-kaders zijn relatief nieuw, waardoor organisaties minder tijd hebben gehad om handhavingsinfrastructuur te bouwen, terwijl de verwachtingen snel stijgen. Dertig procent van de respondenten uit het Midden-Oosten valt in de categorie van 10.000–19.999 medewerkers — groot genoeg voor complexe data-architecturen, maar nog bezig met het opbouwen van het benodigde governance-niveau. En 33% noemt geopolitieke instabiliteit als zorg rondom datasoevereiniteit, een variabele waar compliance-programma’s in rustigere regio’s geen rekening mee hoeven te houden.
De data uit het Midden-Oosten maakt iets duidelijk dat overal geldt: Hoog bewustzijn van compliance en hoge uitgaven leiden niet automatisch tot weinig incidenten. Het ontbrekende ingrediënt is operationele diepgang — controles die afdwingen in plaats van alleen documenteren, bewijs dat aantoont in plaats van alleen te stellen, en incident response draaiboeken die getest zijn vóórdat de crisis toeslaat.
Het kalme oppervlak van Canada verbergt een grensoverschrijdend probleem
De cijfers uit Canada lijken op het eerste gezicht geruststellend. Een incidentpercentage van 23% — het laagste van alle regio’s. Negenenzeventig procent PIPEDA-naleving. Sterk bewustzijn over alle functietypen heen.
Maar kijk je naar waar Canadese respondenten zich zorgen over maken, dan verdwijnt die rust.
Veertig procent noemt wijzigingen in data-uitwisselingsafspraken tussen Canada en de VS als hun grootste regelgevingszorg. Eenentwintig procent noemt de U.S. CLOUD Act een directe bedreiging voor datasoevereiniteit. Drieëntwintig procent migreert actief weg van cloudproviders met hoofdkantoor in de VS. Dit zijn geen hypothetische planningsscenario’s. Het zijn actieve reacties op een rechtsbevoegdheidsrealiteit die niet langer te negeren valt.
Het probleem is structureel. Wanneer een Canadese organisatie data opslaat bij een provider met hoofdkantoor in de VS, kan die data onderhevig zijn aan verzoeken van de Amerikaanse overheid, ongeacht waar de data fysiek staat. Contracten overrulen buitenlandse toegangsrechten niet. Garanties van leveranciers neutraliseren geen gerechtelijke bevelen. De 23% die wegmigreert van Amerikaanse providers overdrijft niet. Ze reageren op een kloof die geen enkele contractuele formulering kan dichten.
Klantdruk vergroot de urgentie. Meer dan de helft van de Canadese respondenten meldt dat tussen de 26% en 75% van hun klanten actief vragen stelt over datasoevereiniteitspraktijken. Datasoevereiniteit is een klantgericht vertrouwensvraagstuk geworden, geen interne compliance-oefening. De organisaties die hun status direct kunnen aantonen — met exporteerbaar bewijs, niet met presentaties — behouden een competitief voordeel dat groeit naarmate de controle toeneemt. De 51% van de Canadese respondenten die verbeterd klantvertrouwen als voordeel van datasoevereiniteit noemt, begrijpt dit al. De rest zal het snel ontdekken.
Europa: De meest gereguleerde markt meldt nog steeds één op de drie incidenten
Europa zou het succesverhaal moeten zijn. GDPR is sinds 2018 afdwingbaar. NIS 2 en DORA versterken de operationele weerbaarheid. De Data Act is van kracht sinds september 2025. De GPAI-verplichtingen van de EU AI-wet volgden in augustus 2025. Europese organisaties rapporteren het hoogste gecombineerde kennisniveau van alle regio’s, en vrijwel universele GDPR-naleving.
En toch had 32% het afgelopen jaar een incident met datasoevereiniteit.
De Europese data daagt een geruststellende aanname uit: dat regelgevingsvolwassenheid uiteindelijk het risico op datasoevereiniteitsincidenten elimineert. Dat doet het niet. Het vermindert het. Maar de overgebleven kloof — de ruimte tussen compliancekaders en operationele handhaving — blijft bestaan, zelfs in de meest gereguleerde omgeving ter wereld.
De belangrijkste Europese uitdaging is vertrouwen in providers. Vierenvijftig procent van de respondenten noemt zorgen over soevereiniteitsgaranties van providers als barrière voor cloudadoptie — het hoogste cijfer in het onderzoek. Recente uitspraken van grote providers met hoofdkantoor in de VS over beperkingen op data-inzage hebben deze zorg concreet gemaakt. De Schrems II-uitspraak stelde jaren geleden al vast dat contracten buitenlandse toegangsrechten niet kunnen overrulen. Toch opereren veel Europese organisaties nog steeds alsof leveranciersafspraken een adequaat alternatief zijn voor architecturale controles.
De reactie is zichtbaar in de planningsdata: 46% wil het gebruik van EU-gebaseerde providers verhogen, 55% plant compliance-automatisering en 45% zet in op datalokalisatie. Europese organisaties wachten niet op de volgende regelgevingsgolf. Ze bouwen hun datasoevereiniteitspositie opnieuw op, vanaf de infrastructuur — omdat ze hebben geleerd, na acht jaar GDPR-handhaving en miljarden aan boetes, dat regelgevingsvolwassenheid zonder operationele handhaving een dure manier is om kwetsbaar te blijven.
De kosten zijn reëel — en ze schalen sneller dan de meeste organisaties verwachten
Datasoevereiniteit is niet goedkoop, en de onderzoeksdata maakt dat onontkoombaar.
Technische infrastructuurwijzigingen staan bovenaan de lijst van middelenverslinders met 59%, gevolgd door juridische en compliance-expertise met 53%. Documentatie en auditing, beoordelingen van grensoverschrijdende overdrachten en personeelstraining maken de top vijf compleet. Dit zijn geen eenmalige projectkosten. Het zijn doorlopende operationele eisen die toenemen met elke nieuwe regelgeving, elke nieuwe rechtsbevoegdheid en elke nieuwe leveranciersrelatie.
De jaarlijkse uitgaven vertellen hetzelfde verhaal. De meeste organisaties investeren jaarlijks meer dan $1 miljoen. Bij grote ondernemingen met meer dan 10.000 medewerkers concentreert de uitgave zich vooral in de hoogste categorieën. De 28% van de respondenten uit het Midden-Oosten die jaarlijks meer dan $5 miljoen uitgeeft, illustreert wat er gebeurt als een regio tegelijkertijd soevereiniteitsinfrastructuur probeert op te bouwen en nieuwe regelgeving adopteert.
Maar hier is het deel dat in de meeste budgetgesprekken wordt gemist: De kosten van niet investeren zijn hoger. De incidentdata uit het onderzoek — datalekken, regelgevende onderzoeken, ongeautoriseerde overdrachten, overheidsverzoeken tot data-inzage — brengen elk hun eigen prijskaartje mee in boetes, herstel, klantenverlies en reputatieschade. Alleen al de handhaving van de GDPR heeft geleid tot miljarden aan boetes. De boetes onder PIPEDA in Canada lopen op. De handhaving van de PDPL in Saoedi-Arabië is nog in opbouw, wat betekent dat de blootstelling aan boetes groeit, niet stabiliseert.
De batenkant van de balans is hier van belang. Respondenten geven hun geld niet blind uit. Verbeterde beveiligingsstatus voert de lijst van voordelen aan in elke regio. Verbeterd klantvertrouwen volgt — en in het Midden-Oosten noemt 56% dit, het hoogste vertrouwenscijfer in het onderzoek. Beter gegevensbeheer, minder juridische risico’s en competitief voordeel maken de top vijf compleet. Dit zijn geen zachte meetpunten. Het zijn de redenen waarom besturen budgetten voor datasoevereiniteit goedkeuren en inkoopteams leveranciers vragen naar dataresidentie vóór het tekenen van contracten.
Organisaties die datasoevereiniteit als kostenpost zien, stellen de verkeerde vraag. De echte vraag is of je betaalt om controles te bouwen die incidenten voorkomen, of betaalt om op te ruimen na incidenten die je controles niet hebben voorkomen. De onderzoeksdata maakt duidelijk welke optie duurder is — en welke optie samengestelde voordelen oplevert in vertrouwen, markttoegang en regelgevende positie.
AI Governance is het volgende strijdtoneel voor datasoevereiniteit
Het onderzoek bevat een vraag die de meeste datasoevereiniteitsstudies nog negeren: Hoe beheer je AI data governance?
De antwoorden vallen uiteen in drie groepen. Ongeveer een derde houdt alle AI-trainingsdata binnen de eigen regio. Nog een derde gebruikt een gemengde aanpak op basis van gevoeligheid van de data. En een betekenisvolle minderheid — 21% — is hun AI-soevereiniteitsbeleid nog volledig aan het ontwikkelen.
Die laatste groep moet zich zorgen maken. De EU AI-wet is nu van kracht. SDAIA geeft actief vorm aan AI-governance in Saoedi-Arabië. De federale en provinciale privacyhervormingen in Canada vorderen met AI-specifieke implicaties. Organisaties zonder gedocumenteerde, verdedigbare AI-databeschermingsstrategie gaan zonder plan de handhavingscyclus in.
De organisaties die AI-data al lokaliseren en regelmatig AI-audits uitvoeren, lopen voorop. De groep met een gemengde aanpak heeft een venster om hun gevoeligheidsclassificaties te formaliseren voordat toezichthouders besluiten dat deze niet grondig genoeg zijn. De 21% die het nog uitzoekt, moet snel handelen — want “we zijn ermee bezig” heeft een auditor nooit tevreden gesteld, en zal dat bij handhaving van de AI-wet ook niet doen.
Wat werkt echt: drie patronen uit de data
Laat de regionale verschillen en branchespecifieke details weg, en het onderzoek onthult drie patronen die organisaties die incidenten voorkomen onderscheiden van organisaties die ze meemaken.
Compliance-volwassenheid wint van compliance-bewustzijn. Canada heeft het hoogste PIPEDA-nalevingspercentage (79%) en het laagste incidentpercentage (23%). Het Midden-Oosten heeft de hoogste score voor regelgevingsimpact (93%) en het hoogste incidentpercentage (44%). Het verschil zit niet in kennis — het zit in hoe lang organisaties de tijd hebben gehad om kennis om te zetten in infrastructuur. Nieuwere regelgevingsomgevingen creëren een compliance-bewustzijnskloof waarbij organisaties de regels begrijpen maar nog niet de handhavingsmechanismen hebben gebouwd om ze te ondersteunen. Tijd helpt. Maar wachten tot tijd het werk doet, is geen strategie.
Complexiteit van rechtsbevoegdheid vermenigvuldigt het risico. Organisaties die actief zijn in meerdere rechtsbevoegdheden — in onze data afgeleid uit branchetype en aantal medewerkers — rapporteren hogere incidentpercentages. De industrie, met haar grensoverschrijdende toeleveringsketens, meldt 52% incidenten. Organisaties met meer dan 20.000 medewerkers rapporteren aanzienlijk hogere percentages dan die in de categorie 500–999. Datasoevereiniteit is geen vaste kostenpost. Het schaalt mee met blootstelling aan verschillende rechtsbevoegdheden, en organisaties die het als vaste overhead modelleren, onderschatten hun risico.
Investeren in AI-governance correleert met minder incidenten. Sectoren die het meest investeren in AI-audits en lokalisatie — met name de financiële sector met 59% AI-auditadoptie — rapporteren incidentpercentages op of onder het gemiddelde van 33%. Overheidsorganisaties, met sterke lokalisatiepercentages, rapporteren 27%. Het patroon is richtinggevend, niet causaal. Maar het suggereert dat de discipline die nodig is om AI-data goed te beheren, doorwerkt in bredere datasoevereiniteitsresultaten.
Waar gaat dit naartoe?
De planningsdata uit het rapport wijzen allemaal dezelfde kant op. Compliance-automatisering voert de strategieën voor de komende twee jaar aan in elke regio. Verbeterde technische controles volgen kort daarop. Adoptie van regionale providers, datalokalisatie en uitbreiding van juridische teams maken de topinvesteringen compleet.
Lees deze samen en het signaal is duidelijk. Organisaties zijn klaar met datasoevereiniteit als beleidsvraagstuk. Ze bewegen richting architectuur — systemen die dataresidentie afdwingen, toegang controleren en bewijs leveren zonder dat een mens hoeft te onthouden het proces te volgen. De 59% die technische infrastructuur als hun grootste middelenverslinder noemt, klaagt niet over de kosten. Ze geven aan waar het geld naartoe moet.
De verschuiving weerspiegelt ook een volwassenwording in hoe organisaties over datasoevereiniteit denken. Drie jaar geleden ging het gesprek over of datasoevereiniteit belangrijk was. Twee jaar geleden over welke regelgeving van toepassing was. Nu draait het om operationeel bewijs: Kun je onder druk aantonen dat data bleef waar het hoort, dat toegang geautoriseerd was en dat grensoverschrijdende beweging werd beheerst — niet alleen gedocumenteerd, maar op infrastructuurniveau beheerst.
Dat is een hogere standaard dan de meeste organisaties gewend zijn. Het vereist dat encryptiesleutels binnen de rechtsbevoegdheid blijven, niet worden uitbesteed aan een provider die gedwongen kan worden ze te gebruiken. Het vereist audittrails die onveranderlijk en exporteerbaar zijn, niet verspreid over zes verschillende platforms. Het vereist incident response draaiboeken die getest zijn op de scenario’s die het onderzoek beschrijft — datalekken, derde partij falen, regelgevende onderzoeken, overheidsverzoeken tot data-inzage, ongeautoriseerde overdrachten.
De organisaties die de volgende regelgevingscyclus goed doorkomen, zijn degenen die datasoevereiniteit bouwen die ze kunnen aantonen — met controles die op architectuurniveau afdwingen, bewijsmateriaal dat toezichthouders en klanten op verzoek tevredenstelt, en paraatheid die is geoefend vóór het incident plaatsvindt.
Alle anderen zullen de regels kennen. En één op de drie van hen wordt toch getroffen.
Download het volledige 2026 Data Security and Compliance Risk: Data Sovereignty Report
Veelgestelde vragen
Datasoevereiniteit is het principe dat data onderworpen is aan de wetten en governance-structuren van de rechtsbevoegdheid waar het wordt verzameld of opgeslagen. In 2026 is dit belangrijk omdat regelgeving zoals GDPR, PIPEDA en PDPL organisaties nu verplichten om te bewijzen — niet alleen te beweren — dat ze bepalen waar data zich bevindt, wie er toegang toe heeft en hoe grensoverschrijdende beweging wordt beheerst, met oplopende boetes bij handhaving en klanten die actief bewijs van naleving eisen.
Drieëndertig procent van de 286 ondervraagde IT- en securityprofessionals in Canada, het Midden-Oosten en Europa rapporteerde het afgelopen jaar een incident met datasoevereiniteit, met nog eens 5% die geen antwoord gaf. De meest voorkomende incidenttypen waren datalekken met soevereiniteitsimplicaties en derde partij compliance-falen (elk 17%), gevolgd door regelgevende onderzoeken (15%), ongeautoriseerde grensoverschrijdende overdrachten (12%) en overheidsverzoeken tot data-inzage (10%).
Het Midden-Oosten rapporteerde het hoogste incidentpercentage met 44%, bijna het dubbele van Canada’s 23% en boven Europa’s 32%. Dit gebeurt ondanks dat 93% van de respondenten uit het Midden-Oosten zegt dat regelgeving direct invloed heeft op hun operaties en twee derde jaarlijks meer dan $1 miljoen uitgeeft — wat aangeeft dat hoog bewustzijn en forse uitgaven niet automatisch leiden tot weinig incidenten als regelgevingskaders en handhavingsinfrastructuur nog in ontwikkeling zijn.
De meerderheid van de ondervraagde organisaties investeert jaarlijks meer dan $1 miljoen in naleving van datasoevereiniteit, waarbij 28% van de respondenten uit het Midden-Oosten jaarlijks meer dan $5 miljoen uitgeeft. Technische infrastructuurwijzigingen (59%) en juridische en compliance-expertise (53%) zijn de grootste middelenverslinders, en de kosten schalen aanzienlijk met de omvang van de organisatie — bij ondernemingen met meer dan 10.000 medewerkers concentreert de uitgave zich vooral in de hoogste categorieën.
De CLOUD Act bepaalt dat Amerikaanse providers kunnen worden verplicht om data te overhandigen die in hun “bezit, bewaring of controle” is, ongeacht waar deze fysiek is opgeslagen. Dit betekent dat data bij een cloudprovider met hoofdkantoor in de VS onderhevig kan zijn aan verzoeken van de Amerikaanse overheid, zelfs als deze in een Canadees of Europees datacenter staat. In ons onderzoek noemde 21% van de Canadese respondenten de CLOUD Act een directe bedreiging voor datasoevereiniteit, en 23% migreert actief weg van Amerikaanse providers als reactie.
Ongeveer een derde van de respondenten houdt alle AI-trainingsdata binnen de eigen regio, nog een derde gebruikt een gemengde aanpak op basis van datagevoeligheid, en 21% is hun AI-soevereiniteitsbeleid nog aan het ontwikkelen. Nu de GPAI-verplichtingen van de EU AI-wet van kracht zijn en SDAIA AI-governance in Saoedi-Arabië vormgeeft, lopen organisaties zonder gedocumenteerde en verdedigbare AI-datastrategie een groeiend handhavingsrisico — vooral de groep met een gemengde aanpak, waarvan de gevoeligheidsclassificaties mogelijk niet bestand zijn tegen regelgevende toetsing.
Compliance-automatisering en verbeterde technische controles zijn de belangrijkste geplande investeringen in alle drie de regio’s, gevolgd door adoptie van regionale cloudproviders, datalokalisatie en uitbreiding van juridische teams. Het patroon wijst op een marktbrede verschuiving van beleidsmatige datasoevereiniteit naar handhaving op architectuurniveau — organisaties investeren in systemen die dataresidentie afdwingen, toegang beperken en auditklaar bewijs leveren door ontwerp, in plaats van te vertrouwen op handmatige processen en garanties van providers.