Top 5 operationele weerbaarheidsuitdagingen voor banken onder DORA

Top 5 operationele weerbaarheidsuitdagingen voor banken onder DORA

De Digital Operational Resilience Act legt afdwingbare verplichtingen op aan financiële instellingen in de hele Europese Unie. Zij moeten aantoonbare controle tonen over risico’s van derden, incidentrespons en doorlopende tests van kritieke systemen. Banken die niet aan deze vereisten voldoen, riskeren sancties van toezichthouders, operationele verstoringen en reputatieschade. Naleving vereist architecturale aanpassingen, governance-structuren en voortdurende validatie van veerkracht op het gebied van mensen, processen en technologie.

Dit artikel behandelt de vijf meest ingrijpende uitdagingen op het gebied van operationele veerkracht waarmee banken onder DORA worden geconfronteerd. Het legt uit hoe elke uitdaging zich manifesteert in echte bedrijfsomgevingen, welke wettelijke verplichtingen op het spel staan en hoe financiële instellingen veerkracht kunnen operationaliseren via technische controles, governance-raamwerken en geïntegreerde beveiligingsplatforms die verdedigbaarheid en auditbaarheid mogelijk maken.

Executive Summary

DORA verplicht banken om operationele veerkracht aan te tonen binnen hun volledige digitale ecosysteem, inclusief externe dienstverleners, ICT-systemen en gevoelige datastromen. De vijf pijlers van de regelgeving—ICT-risicobeheer, incidentrapportage, digitale operationele veerkrachttests, risicobeheer door derden en informatie-uitwisseling—vereisen dat banken continue monitoring, snelle incidentrespons en evidence-based assurance-programma’s implementeren.

De vijf uitdagingen in dit artikel weerspiegelen de operationele, technische en governance-gerelateerde gaten die banken moeten dichten om aan de DORA-vereisten te voldoen. Dit omvat het verkrijgen van end-to-end zichtbaarheid op datastromen van derden, het onderhouden van auditklare bewijzen van ICT-controles, het uitvoeren van realistische veerkrachttests zonder productieomgevingen te verstoren, het coördineren van incidentdetectie en -respons over gefragmenteerde toolsets, en het beveiligen van gevoelige data in beweging bij externe partijen.

Het aanpakken van deze uitdagingen vereist architecturale convergentie, geautomatiseerde bewijsverzameling en platforms die granulaire toegangscontrole afdwingen en onveranderlijke compliance-registraties genereren. Banken moeten verder gaan dan statische compliance-documentatie en inzetten op continue validatie, realtime monitoring en geïntegreerde beveiligingsoperaties die voortdurende operationele veerkracht aantonen.

Key Takeaways

  • DORA vereist dat banken elke derde partij die gevoelige data verwerkt, opslaat of verzendt, in kaart brengen en monitoren. Zonder geautomatiseerde ontdekking en continue tracking van datastromen kunnen instellingen niet aantonen dat ze compliant zijn of effectief reageren op incidenten bij derden.
  • Incidentrapportage onder DORA vereist gestructureerde bewijsverzameling, gestandaardiseerde classificatie en tijdige melding aan toezichthouders. Banken moeten detectie-, triage- en rapportageprocessen integreren om aan strikte deadlines te voldoen en oorzakenanalyses te onderbouwen.
  • Digitale operationele veerkrachttests gaan verder dan kwetsbaarheidsscans en omvatten threat-led penetratietests en scenario-gebaseerde simulaties. Banken moeten kritieke systemen onder realistische omstandigheden testen zonder onaanvaardbare risico’s voor productieomgevingen te introduceren.
  • Auditgereedheid vereist onveranderlijke registraties van toegang, inhoudsinspectie, beleidsafdwinging en herstelmaatregelen. Handmatige documentatie kan niet opschalen of voldoen aan de bewijsstandaarden van DORA.
  • Het beveiligen van gevoelige data in beweging via externe kanalen is essentieel voor operationele veerkracht. Banken moeten zero trust-beveiligingsprincipes, content-aware controls en encryptie bij elke overdracht afdwingen om data-exfiltratie en ongeautoriseerde toegang te voorkomen.

Challenge 1: Third-Party Data Flow Visibility and Continuous Monitoring

De pijler risicobeheer door derden van DORA vereist dat banken elke externe dienstverlener die ICT-systemen of gevoelige data aanraakt, identificeren, beoordelen en continu monitoren. Deze verplichting gaat verder dan contractbeoordeling en vereist operationeel toezicht. Financiële instellingen moeten realtime inzicht houden in welke data met welke derde partijen wordt gedeeld, via welke kanalen, onder welke beveiligingsmaatregelen en met welk toegangsrecht. De regelgeving vereist expliciet dat banken de volledige keten van onderaannemers begrijpen en concentratierisico beoordelen wanneer meerdere kritieke diensten afhankelijk zijn van één leverancier.

De meeste banken worstelen met deze vereiste omdat ze geen gecentraliseerd inzicht hebben in datastromen. Gevoelige informatie beweegt zich via e-mail, platformen voor bestandsoverdracht, beveiligde bestandsoverdrachtprotocollen, API’s en samenwerkingshulpmiddelen. Deze kanalen werken vaak gescheiden, elk met eigen toegangsbeleid, loggingmechanismen en beveiligingsstatus. Wanneer toezichthouders bewijs vragen van dataverwerking door derden, moeten teams datastromen handmatig reconstrueren uit diverse logs, contractregistraties en dienstencatalogi.

Praktijksituatie: Een bank ontdekt tijdens een audit dat klantgegevens met 47 niet-geregistreerde onderaannemers zijn gedeeld via een primaire cloudprovider, wat leidt tot concentratierisico en compliance-gaten die direct herstel en melding aan toezichthouders vereisen.

Achieving Comprehensive Third-Party Oversight

Om aan de toezichtvereisten van DORA voor derden te voldoen, moeten banken platforms implementeren die centrale controle bieden over gevoelige data die de organisatie verlaat. Dit betekent dat alle externe communicatie met gereguleerde data via één platform verloopt dat consistent beleid afdwingt, elke transactie logt en één bron van waarheid biedt voor audits en rapportages. Het platform moet automatische classificatie van inhoud uitvoeren, gevoelige datatypes zoals persoonlijk identificeerbare informatie of betaalkaartgegevens herkennen en passende encryptie en toegangscontrole toepassen op basis van de rol van de ontvanger en de gevoeligheid van de data.

Continue monitoring vereist realtime telemetrie over hoeveelheid data, richting, classificatie en gedrag van ontvangers. Banken hebben dashboards nodig die afwijkingen tonen, zoals ongebruikelijk grote hoeveelheden data naar een specifieke derde partij of toegangs­patronen die niet overeenkomen met contractuele afspraken. Deze inzichten moeten worden gebruikt in risicoscoremodellen die prioriteit geven aan relaties met derden die direct herziening of strengere controles vereisen. Bij een incident moeten banken de getroffen datastromen kunnen isoleren, de impact stroomafwaarts identificeren en binnen het wettelijke rapportagevenster aantonen welke beheersmaatregelen zijn genomen.

Hoe gecompromitteerde kanalen van derden kunnen leiden tot bredere operationele verstoringen blijkt wanneer een datalek bij een leverancier toegangscodes of toegangswegen naar onderling verbonden systemen blootlegt. Banken moeten deze afhankelijkheden in kaart brengen en strategieën implementeren die het effectgebied beperken wanneer incidenten bij derden optreden.

Challenge 2: Securing Sensitive Data in Motion Across Third-Party Channels

Operationele veerkracht is afhankelijk van het beschermen van gevoelige data gedurende de hele levenscyclus, vooral wanneer data buiten de directe controle van de instelling beweegt. DORA vereist dat banken maatregelen nemen die ongeautoriseerde toegang, exfiltratie of corruptie van data die door derden wordt verwerkt, voorkomen. Deze maatregelen moeten gelden voor elk communicatiekanaal dat extern wordt gebruikt, waaronder e-mail, beheerde bestandsoverdrachtsystemen, samenwerkingsplatformen en applicatie-integraties.

Veel banken vertrouwen erop dat derden hun eigen beveiligingsmaatregelen toepassen, wat blinde vlekken en inconsistente bescherming veroorzaakt. Een bank kan sterke encryptie en toegangscontrole afdwingen voor data in eigen systemen, maar heeft weinig zicht of controle zodra data wordt gemaild naar een advocatenkantoor, geüpload naar een cloudplatform van een leverancier of verzonden via een API-integratie met een betalingsverwerker. Als een derde partij een datalek ervaart of toegangsrechten verkeerd instelt, blijft de bank aansprakelijk onder wetgeving voor gegevensbescherming en de operationele veerkrachtvereisten van DORA.

Praktijksituatie: Data-exfiltratie via kanalen van derden heeft impact op operationele veerkracht wanneer aanvallers het samenwerkingsplatform van een leverancier compromitteren en het systematisch gebruiken om klantgegevens wekenlang te extraheren voordat het wordt ontdekt. Dit toont het verband tussen databeveiliging en incidentherstel.

Implementing Zero-Trust Data Protection

Het beveiligen van gevoelige data in beweging vereist dat banken zero trust-architectuurprincipes afdwingen bij elk overdrachtsmoment. Dit betekent dat de identiteit van elke ontvanger wordt geverifieerd, wordt gecontroleerd of de ontvanger geautoriseerd is om de specifieke data te ontvangen, data wordt versleuteld tijdens transport en in rust, en het gedrag van ontvangers continu wordt gemonitord op tekenen van compromittering of misbruik. Zero trust-controles moeten gelden ongeacht of de ontvanger een medewerker, contractant, externe dienstverlener of geautomatiseerd systeem is.

Content-aware controls stellen banken in staat om data automatisch te classificeren op basis van inhoud, passende beveiligingsmaatregelen toe te passen en beperkingen af te dwingen zoals watermerken, downloadpreventie of vervaldatums. Een bestand met klantgegevens kan bijvoorbeeld als zeer gevoelig worden geclassificeerd, waardoor beleid wordt geactiveerd dat vereist dat de ontvanger zich aanmeldt met multi-factor authentication, doorsturen of printen beperkt en toegang automatisch na zeven dagen intrekt. Deze maatregelen werken onafhankelijk van de beveiligingsstatus van de ontvanger en zorgen voor consistente bescherming, zelfs als derden minder volwassen beveiligingspraktijken hanteren.

Banken moeten speciale platforms implementeren die alle externe bestandsoverdracht centraliseren en beveiligen. Door gevoelige communicatie via één Private Data Network te laten verlopen, kunnen instellingen consistent beleid afdwingen, inhoudsinspectie en preventie van gegevensverlies uitvoeren, elke transactie loggen voor auditdoeleinden en integreren met Threat Intelligence om delen met bekende malafide actoren of gecompromitteerde domeinen te blokkeren.

Challenge 3: Coordinating Incident Detection and Response Across Fragmented Toolsets

DORA’s eisen voor incidentmanagement schrijven gestructureerde detectie-, classificatie-, escalatie-, meldings- en herstelprocessen voor. Banken moeten incidenten snel detecteren, classificeren op ernst en impact, escaleren naar de juiste teams, toezichthouders binnen gestelde termijnen informeren en herstelprocedures uitvoeren die diensten herstellen en bewijsmateriaal veiligstellen. De regelgeving vereist ook post-incident reviews die oorzakenanalyses uitvoeren, de effectiviteit van controles beoordelen en corrigerende maatregelen implementeren.

Veel banken werken met gefragmenteerde beveiligingstools die waarschuwingen in verschillende formaten genereren, bevindingen in gescheiden repositories opslaan en handmatige correlatie vereisen om de omvang en ernst van incidenten te bepalen. Security operations-teams besteden veel tijd aan het beoordelen van valse positieven, het samenvoegen van tegenstrijdige signalen en het coördineren van responsactiviteiten over netwerkbeveiliging, endpointbescherming, Identity & Access Management en preventie van gegevensverlies. Deze fragmentatie vertraagt detectie, vertraagt respons en bemoeilijkt het verzamelen van bewijsmateriaal voor rapportage aan toezichthouders.

Praktijksituatie: Een ransomware-aanval wordt door endpointtools gedetecteerd, maar de SIEM correleert deze niet met verdachte bestandsoverdrachten die 3 uur eerder zijn ontdekt, waardoor containment wordt vertraagd en laterale beweging over het netwerk mogelijk is.

Building Integrated Incident Response Workflows

Het coördineren van incidentrespons vereist integratie tussen detectiesystemen, casemanagementplatforms en communicatietools. Banken moeten hun SIEM-platforms zo configureren dat ze logs van alle kritieke systemen opnemen, waaronder firewalls, inbraakdetectiesystemen, endpointagents, identity providers en platforms voor bescherming van gevoelige data. Deze logs moeten worden genormaliseerd naar een gemeenschappelijk schema, verrijkt met context zoals gebruikersrol en dataclassificatie, en gecorreleerd via detectieregels die patronen van compromittering of beleidschendingen identificeren.

Wanneer de SIEM een waarschuwing genereert, moet automatisch een case worden aangemaakt in het ITSM- of Security Orchestration, Automation, and Response (SOAR)-platform van de instelling, met voldoende context voor analisten om direct met triage te starten. De case moet de detectieregel bevatten die de waarschuwing veroorzaakte, getroffen assets, betrokken gebruikers, gerelateerde gebeurtenissen en aanbevolen responsacties. Alle acties moeten worden gelogd met tijdstempels en gebruikersattributie, zodat de instelling een volledige tijdlijn kan overleggen voor rapportage aan toezichthouders.

Geautomatiseerde playbooks kunnen de respons op veelvoorkomende incidenttypen versnellen. Wanneer de SIEM bijvoorbeeld een abnormale bestandsoverdracht naar een externe ontvanger detecteert, kan een playbook automatisch de toegang van de ontvanger intrekken, de verzonden bestanden in quarantaine plaatsen, de data-eigenaar en het security operations-team informeren en een voorlopig incidentrapport genereren met details van de detectie, containment-acties en vervolgstappen. Deze automatisering verkort de gemiddelde responstijd en zorgt voor consistente uitvoering van responsprocedures.

De integratiearchitectuur moet API-first zijn voor naadloze connectiviteit, bidirectionele datastromen ondersteunen waarbij het Private Data Network waarschuwingen naar SIEM-platforms stuurt en Threat Intelligence-updates ontvangt, en zowel realtime streaming als batchintegratie bieden afhankelijk van hoeveelheid data en latency-eisen.

Challenge 4: Evidence Collection and Audit-Ready Documentation for ICT Controls

DORA vereist dat banken uitgebreide documentatie bijhouden van hun ICT-risicobeheerraamwerk, inclusief beleid, procedures, risicobeoordelingen, controle-implementaties en bewijs van voortdurende effectiviteit. Toezichthouders verwachten dat deze documentatie actueel, volledig en direct toegankelijk is. Tijdens controles of incidentonderzoeken moeten banken bewijs leveren van hoe controles zijn ontworpen, ingezet, getest en onderhouden. Algemene beleidsverklaringen of momentopnames zijn onvoldoende.

De meeste financiële instellingen missen geautomatiseerde mechanismen voor bewijsverzameling. Compliance-teams vertrouwen op handmatige steekproeven, periodieke audits en verklaringen van business unit-eigenaren. Deze aanpak kan niet opschalen naar de DORA-vereisten omdat het vertraging, inconsistentie en gaten in de dekking introduceert. Handmatige documentatie creëert ook risico’s tijdens incidentrespons of onderzoeken wanneer teams snel bewijs moeten leveren onder hoge tijdsdruk.

Implementing Automated Evidence Collection

Auditgereedheid vereist dat banken elke transactie met gevoelige data instrumenteren met onveranderlijke logging die vastlegt wie welke data heeft benaderd, wanneer, via welk kanaal, onder welk beleid en met welk resultaat. Deze logs moeten door cryptografische ondertekening onveranderbaar zijn, zodat ze juridisch verdedigbaar zijn en voldoen aan de bewijsstandaarden van DORA. Logs moeten met voldoende retentie worden opgeslagen om compliance-terugkijkperioden van meerdere jaren en forensisch onderzoek te ondersteunen.

De logginglaag moet integreren met Security Information and Event Management-systemen, SOAR-platforms en IT Service Management-tools, zodat bewijs automatisch doorstroomt naar incidenttickets, compliance-rapporten en wettelijke meldingen. Deze integratie moet gebruikmaken van standaard API’s en webhooks voor naadloze data-uitwisseling.

Naast ruwe logs hebben banken systemen nodig die technische gebeurtenissen koppelen aan specifieke wettelijke verplichtingen en controleraamwerken. Wanneer een gebruiker bijvoorbeeld probeert een bestand met persoonsgegevens te delen met een externe ontvanger, moet het systeem het toegangsverzoek loggen, het juiste beleid toepassen op basis van dataclassificatie en ontvangerattributen, encryptie afdwingen met FIPS 140-3 gevalideerde cryptografische modules en TLS 1.3-protocollen, toegang laten verlopen en de transactie taggen met verwijzingen naar DORA’s vereisten voor risicobeheer door derden en ICT-controles. Deze mapping stelt compliance-teams in staat om attestiereports te genereren die controle-objectieven koppelen aan operationeel bewijs zonder handmatige reconstructie.

Challenge 5: Digital Operational Resilience Testing Without Disrupting Production

DORA verplicht banken tot regelmatige tests van hun digitale operationele veerkracht, waaronder geavanceerde threat-led penetratietests die realistische aanvalsscenario’s simuleren. De regelgeving maakt onderscheid tussen routinematige kwetsbaarheidsbeoordelingen en grondige scenario-gebaseerde tests die de capaciteit van de instelling valideren om geavanceerde aanvallen te detecteren, in te dammen en te herstellen. Banken moeten niet alleen technische controles testen, maar ook de coördinatie van respons-teams, de effectiviteit van communicatieprotocollen en de integriteit van back-up- en herstelprocedures.

De uitdaging is om realistische veerkrachttests uit te voeren zonder risico voor productieomgevingen. Banken kunnen zich geen downtime of datacorruptie veroorloven door te agressieve tests. Tegelijkertijd onthullen tests in geschoonde labomgevingen vaak geen zwakke plekken die zich alleen onder echte omstandigheden manifesteren, zoals latency, belasting, afhankelijkheden of menselijke factoren.

Praktijksituatie: Een penetratietest toont aan dat back-ups kunnen worden gecompromitteerd via dezelfde toegangsgegevens als productiesystemen, wat de noodzaak van gescheiden rechtenbeheer en onafhankelijke herstelpaden aantoont.

Balancing Testing Rigor with System Availability

Effectieve veerkrachttests vereisen duidelijke scope, gefaseerde uitvoering en ingebouwde rollback-mechanismen. Banken moeten beginnen met het identificeren van kritieke bedrijfsfuncties en de ICT-systemen die deze ondersteunen. Testscenario’s moeten zich richten op bedreigingen met hoge impact en waarschijnlijkheid, zoals ransomware-aanvallen op back-ups, credential-compromittering die laterale beweging mogelijk maakt, of DDoS-aanvallen op klantgerichte applicaties. Elk scenario moet succescriteria, verwachte detectie- en responstijden en vooraf bepaalde escalatiepaden bevatten.

Om productierisico’s te minimaliseren kunnen banken testomgevingen inzetten die de productiearchitectuur, datastromen en toegangs­patronen repliceren met geanonimiseerde of synthetische data. Deze omgevingen moeten realistische integraties met derden, logginginfrastructuur en monitoringtools bevatten, zodat tests bruikbare inzichten opleveren in detectie- en responsmogelijkheden.

Banken moeten gefaseerde teststrategieën implementeren die starten met geïsoleerde testomgevingen met productie-equivalente architecturen. Progressieve uitrol maakt het mogelijk om specifieke componenten te testen tijdens onderhoudsvensters, met automatische rollback als afwijkingen wijzen op onbedoelde impact op productie. Threat-led penetratietests moeten zich richten op risicovolle aanvalspaden met duidelijke regels die onbedoelde gevolgen voorkomen. Continue monitoring tijdens tests maakt snelle detectie van afwijkingen mogelijk.

Testresultaten moeten direct worden gekoppeld aan herstelworkflows. Wanneer een test een controlelek blootlegt, moet een hersteltaak worden aangemaakt met toegewezen eigenaar, streefdatum en validatiecriteria. Het herstelproces moet worden gelogd en gekoppeld aan de oorspronkelijke bevinding, zodat een gesloten governance-cyclus ontstaat die continue verbetering aantoont.

Building a Defensible Operational Resilience Program Under DORA

Operationele veerkracht onder DORA is geen project met een einddatum, maar een doorlopend programma dat continue monitoring, testen, aanpassing en verbetering vereist. Banken die DORA-naleving als een documentatieoefening behandelen, zullen moeite hebben om toezichthouders tevreden te stellen en blijven kwetsbaar voor de operationele verstoringen die de regelgeving juist wil voorkomen. Instellingen die veerkracht in hun architectuur, governance en cultuur verankeren, voldoen niet alleen aan de wettelijke vereisten, maar verminderen ook de frequentie en ernst van incidenten, versnellen respons en herstel, en vergroten het vertrouwen van stakeholders in hun operationele stabiliteit.

De vijf uitdagingen in dit artikel—zichtbaarheid van datastromen van derden, beveiliging van gevoelige data in beweging, coördinatie van incidentdetectie en -respons, bewijsverzameling voor auditgereedheid en veerkrachttests—zijn gebieden waar de meeste banken aanzienlijke gaten hebben. Het dichten van deze gaten vereist investeringen in geïntegreerde platforms die centrale controle, geautomatiseerde logging, realtime monitoring en naadloze integratie met bestaande beveiligings- en complianceworkflows bieden.

Het Kiteworks Private Data Network adresseert deze uitdagingen door een uniform platform te bieden voor het beveiligen van gevoelige data in beweging. Kiteworks dwingt zero trust-databescherming en content-aware controls af op elk bestand, e-mail en API-transactie met gereguleerde data. Het platform classificeert inhoud automatisch, past passende encryptie toe met FIPS 140-3 gevalideerde cryptografische modules en TLS 1.3 voor alle data in transit, en handhaaft toegangsbeleid. Het platform genereert onveranderlijke, cryptografisch ondertekende auditlogs die aansluiten bij de DORA-compliancevereisten en juridisch verdedigbare, fraudebestendige registraties opleveren.

Door centrale controle over bestandsoverdracht met derden mogelijk te maken, stelt Kiteworks banken in staat om continue controle aan te tonen, snel incidenten te detecteren en in te dammen, en auditklare bewijzen te leveren zonder handmatige reconstructie. Integratie met SIEM-, SOAR- en ITSM-platforms zorgt ervoor dat detectiesignalen en compliance-events naadloos doorstromen naar bestaande security operations-workflows via een API-first architectuur die zowel realtime als batch data-uitwisseling ondersteunt.

Kiteworks’ FedRAMP High-ready status weerspiegelt beveiligingsmaatregelen op overheidsniveau die voldoen aan de strengste eisen voor operationele veerkracht.

Request a demo now

Meer weten? Plan een persoonlijke demo en ontdek hoe Kiteworks de vijf kritieke uitdagingen rond operationele veerkracht onder DORA aanpakt—van zichtbaarheid van datastromen van derden tot geautomatiseerde incidentrespons—terwijl risico’s worden beperkt en naleving wordt versneld.

Veelgestelde vragen

DORA is op 17 januari 2025 in werking getreden en vereist dat banken volledige naleving aantonen van alle vijf pijlers, waaronder ICT-risicobeheer, incidentrapportage, veerkrachttests, risicobeheer door derden en informatie-uitwisseling. Banken moeten continue naleving waarborgen en prioriteit geven aan het operationaliseren van toezicht op derden, het automatiseren van incidentrapportageprocessen en het implementeren van continue monitoringmogelijkheden.

DORA richt zich specifiek op operationele veerkracht en ICT-risicobeheer binnen de financiële sector en vereist aantoonbare controle over afhankelijkheden van derden, continue veerkrachttests en gestructureerde incidentrespons. Waar GDPR de nadruk legt op gegevensbescherming en de NIS 2-richtlijn zich breed richt op netwerk- en informatiebeveiliging, verplicht DORA financiële instellingen om operationele continuïteit en herstelvermogen aan te tonen via evidence-based assurance-programma’s.

Toezichthouders verwachten onveranderlijke auditlogs die toegangscontrole, beleidsafdwinging, incidentdetectie en -respons, resultaten van veerkrachttests en toezicht op derden aantonen. Banken moeten bewijs leveren dat technische gebeurtenissen koppelt aan specifieke wettelijke verplichtingen, de continue werking van controles aantoont en tijdig herstel van geïdentificeerde zwaktes laat zien.

Banken moeten alle relaties met derden waarbij ICT-systemen of gevoelige data betrokken zijn in kaart brengen, de kritiek beoordelen op basis van bedrijfsimpact en datagevoeligheid, en continue monitoring van datastromen naar risicovolle leveranciers implementeren. Prioriteit moet worden gegeven aan leveranciers met toegang tot klantdata, betaalsystemen of kernbankplatformen.

Banken moeten gefaseerde teststrategieën toepassen die starten met geïsoleerde testomgevingen met productie-equivalente architecturen en geanonimiseerde data. Progressieve uitrol maakt het mogelijk om specifieke componenten te testen tijdens onderhoudsvensters met automatische rollback-mogelijkheden. Threat-led penetratietests moeten worden gericht op risicovolle aanvalspaden met duidelijke afspraken om onbedoelde impact op productie te voorkomen. Continue monitoring tijdens tests maakt snelle detectie van afwijkingen mogelijk die kunnen wijzen op onbedoelde gevolgen.

Key Takeaways

  1. Verplicht toezicht op derden. DORA vereist dat banken alle relaties met derden die gevoelige data verwerken in kaart brengen en continu monitoren, met realtime inzicht en snelle incidentrespons via geautomatiseerde tracking.
  2. Gestructureerde incidentrapportage. Banken moeten detectie-, triage- en rapportageprocessen integreren om te voldoen aan de strikte deadlines van DORA voor incidentmelding en gestructureerd bewijs leveren voor wettelijke naleving.
  3. Realistische veerkrachttests. DORA verplicht geavanceerde threat-led penetratietests en scenario-gebaseerde simulaties, waarbij banken grondige tests moeten balanceren met minimale verstoring van productieomgevingen.
  4. Auditklare bewijsverzameling. Naleving van DORA vereist onveranderlijke registraties en geautomatiseerde logging van toegang en herstelmaatregelen om aan de bewijsstandaarden te voldoen zonder handmatige inspanning.

Aan de slag.

Het is eenvoudig om te beginnen met het waarborgen van naleving van regelgeving en het effectief beheren van risico’s met Kiteworks. Sluit je aan bij de duizenden organisaties die vol vertrouwen privégegevens uitwisselen tussen mensen, machines en systemen. Begin vandaag nog.

Table of Content
Share
Tweet
Share
Explore Kiteworks